| Omzetten van mechanische energie in electrische energie - inductie | ![]() |
![]() |
Date : januari 2003
Principe:
Door een magneet in een spoel op en neer te bewegen wordt een wisselstroom geproduceerd,
Meetopstelling en onderdelen:
|
Werkwijze:
Meetresultaten:
| Hoe sneller we de magneet op en neer bewegen des te groter de wisselspanning die we produceren. |
|
|
Discussie en conclusie:
Een magneet die naar een spoel toe of van een spoel af beweegt, veroorzaakt een spanning over de uiteinden van de spoel: de inductiespanning. Zo’n inductiespanning ontstaat ook door de magneet bij de spoel te laten ronddraaien, zoals in een (fiets)dynamo. Of door de magneet te vervangen door een spoel aangesloten op een wisselspanningsbron, zoals bij een transformator.
De inductiespanning Uind over een spoel wordt veroorzaakt door een verandering van de magnetische flux M binnen de spoel. Volgens de inductiewet van Faraday is deze inductiespanning recht evenredig met het veranderingstempo van de magnetische flux binnen de spoel.
Literatuur:
Relevante websites
Achtergrondinformatie:
De magnetische inductie B geeft de sterkte van het magnetisch veld aan. De eenheid is tesla (T). Bij de polen van een magneet is de magnetische inductie het sterkst, in het midden van een magneet is die het minst sterk. De magnetische inductie is een vectorgrootheid, wat inhoudt dat hij een richting heeft. Deze richting is van de noordpool van een magneet naar de zuidpool.
Bij een spoel hangt de sterkte van het magneetveld van die spoel af van:
De magnetische flux F is een maat voor het aantal magnetische veldlijnen dat loodrecht door een oppervlak gaat. De eenheid is de weber (Wb). De grootte van de flux wordt berekend met de formule F = Bn·A, Hierin is Bn de component van B loodrecht op het oppervlak en A het oppervlak in m2 waar de veldlijnen doorheen gaan.
Dus hoe meer veldlijnen door een bepaald oppervlak gaan, des te groter wordt de flux.
Fluxverandering krijg je als:
De inductiespanning Vind
is de spanning die over de
uiteinden van een spoel ontstaat als de magnetische flux door die spoel verandert.
In de tekeningen hiernaast
zie je dat er links
weinig
veldlijnen door de spoel gaan, in de rechter tekening zijn dat er al meer. Dat
betekent dat als de magneet naar de spoel toe beweegt, de flux door die spoel
toeneemt en er een inductiespanning zal ontstaan.
De grootte van de
inductiespanning bereken je met de formule:
.
Hierin is N het aantal windingen van de spoel, DF de verandering van de flux en Dt de tijdsduur waarin die fluxverandering plaatsvond.
Uit die formule
blijkt dat je een grote inductiespanning krijgt als door een spoel met veel
windingen er in een korte tijd een grote fluxverandering is.
Inductiespanning
bepalen met een flux,tijd grafiek.
Als een
grafiek gegeven wordt, waarin de flux door een spoel uitgezet is tegen de tijd,
dan kun je de inductiespanning vinden met de helling of steilheid van de lijn.
Die steilheid is gelijk aan
Is die lijn een kromme, zoals in
de tekening hiernaast, dan teken je eerst een raaklijn aan die grafiek in het
punt waar je de inductiespanning wilt weten. Vervolgens bepaal je de steilheid
van die raaklijn. Het product van het aantal windingen en de steilheid is dan de
inductiespanning. In de tekening hernaast zie je dat fluxverandering en dus de
inductiespanning het grootst is op de tijdstippen 1 en 3. Op de tijdstippen 0, 2
en 4 zie je dat de raaklijnen horizontaal lopen, de inductiespanning is daar
nul!
Als op een spoel waarin een inductiespanning wordt opgewekt een elektrisch onderdeel, zoals een lampje of weerstand wordt aangesloten, dan gaat in die spoel een inductiestroom lopen.
In
de tekening hiernaast nadert de noordpool de
spoel. Het aantal naar linksboven gerichte veldlijnen door de spoel neemt dus
toe. De spoel zal deze verandering tegenwerken door een stroom te laten lopen
die de toename van uitwendige veldlijnen die naar linksboven tegenwerkt. Hij
maakt dus een veld dat naar rechtsonder is gericht. Met de rechterhandregel vind
je dan dat de inductiestroom in de winding van A naar B loopt. De negatief
geladen elektronen bewegen altijd tegen de stroomrichting in, dus bij A ontstaat
een ophoping van negatieve lading, A wordt dus de minpool van deze
spanningsbron. B wordt dus de pluspool en heeft dan ook de hoogste potentiaal.
NB.
De spoel is hier een spanningsbron, in een spanningsbron loopt de stroom
altijd van de min naar de plus, buiten de spanningsbron
loopt de stroom altijd van de plus naar de min!
Als
de magneet nu weer teruggetrokken wordt, dan neemt de uitwendige naar linksboven
gerichte flux af, de spoel werkt deze verandering nu tegen door zelf veldlijnen
naar linksboven te maken. Dan zal de inductiestroom in de spoel tegengesteld
zijn aan de situatie waarin de magneet de spoel naderde. De plus- en minpool
wisselen dan om.
01-01-2003