| De snelheid van het geluid bepalen m.b.v. je PC | ![]() |
![]() |
Datum: januari 2003
Principe:
De snelheid van het geluid bepalen mbv een plastic buis en een PC met geluidskaart.
Materiaal:
|
|
Uitvoering:
|
| OPSTELLING: |
|
Resultaat:
![]() |
Vergroot
signaal.
We hebben het experiment uitgevoerd bij een temperatuur van 22.6 °C. |
![]() |
FFT analyse
van het eerste geluidspakketje. Frequentie: 73 Hz |
![]() |
FFT analyse
van het tweede geluidspakketje. Frequentie: 1233 Hz
|
Discussie en conclusie:
Om de geluidssnelheid in lucht te kunnen meten moeten we:
Daarna kunnen we de snelheid berekenen m.b.v.
de formule: v = s / t
(s = weglengte in m, t = tijd in s en v = snelheid
in m/s)
Met behulp van de opstelling die we gebouwd hebben kijken we naar de echo van het geluidssignaal, en we bepalen dus de tijd die het duurt van het moment dat we het geluid maken totdat de echo de microfoon weer bereikt.
Sample frequentie: 48000 - dus 48000 samples per seconde.
De geluidssnelheid is 331.4 m/s bij een
temperatuur van 0 °C.
We moeten echter corrigeren voor de temperatuur aangezien geluid zich manifesteert
als kleine drukverschillen in de lucht.
We kunnen dan afleiden: v = Ö(Cp/Cv.R/m.T):
Met Cp/Cv lucht = 1.40, m=28.8 g/mol,
R=8314 J/K krijgen we v = 346 m/s
De gemeten 352 m/s komt dus al aardig in de buurt van de 346 m/s. Een fout van 2% relatief is niet zo slecht.
Opmerkingen:
Ik heb het me een beetje gemakkelijk gemaakt door de meting maar een keer uit te voeren. Beter zou zijn om de meting verschillende malen bij verschillende weglengtes te herhalen en van al deze metingen het gemiddelde nemen.
Literatuur:
Relevante websites:
Achtergrondinformatie:
Een trilling is een periodieke beweging om een
evenwichtsstand.
De uitwijking (u) is de afstand tot de evenwichtsstand.
Een ander woord voor maximale uitwijking is amplitude (r).
Bij een gedempte trilling neemt de amplitude af tot nul; bij een ongedempte
trilling blijft de amplitude constant.
De trillingstijd of periode (T) is de tijdsduur waarin één volledige trilling
wordt uitgevoerd.
De frequentie (f) is het aantal trillingen dat per seconde wordt uitgevoerd. De
frequentie wordt uitgedrukt in Hertz (Hz).
Het verband tussen frequentie en trillingstijd luidt: f = 1/T
De hoogte van een toon hangt samen met de
frequentie: een grotere frequentie betekent een hogere toon.
De sterkte van een toon hangt samen met de amplitude: een grotere amplitude
betekent een sterkere toon.
Als twee trillingen gelijk lopen, dan trillen
ze 'in fase' (Df=0).
Heeft de ene trilling een maximale uitwijking omhoog en de andere trilling een
uitwijking een maximale uitwijking omlaag, dan is er een tegenfase (Df=½).
Een verdubbeling van de geluidssterkte doet het geluidsniveau met 3dB toenemen.
Golfsnelheid = verplaatsing / tijdsduur --> v = l/T ofwel l = v·T
In een koord, in een spiraalveer en langs een
vloeistofoppervlak kun je een lopende transversale golf laten ontstaan (een
opeenvolging van golfbergen en golfdalen).
Er plant zich dan een trilling voort. De trillingsrichting van de deeltjes staat
daarbij loodrecht op de voortbewegingsrichting van de golf.
Er vindt dan transport van energie plaats (in de vorm van trillingsenergie).
De golflengte is dus de afstand waarover een lopende golf zich in één
trillingstijd voortbeweegt.
Geluid heeft een medium nodig en geluid beweegt
zich voort als een longitudinale golf.
Dit impliceert dat er verdichtingen en verdunningen ontstaan. M.a.w. een lopende
golf is het zich voortplanten van een trilling in een medium (deeltjes van het
medium raken in trilling). De geluidssnelheid hangt niet af van frequentie en
amplitude.
Voert een systeem als 'blokje aan veer' een eigentrilling uit, dan geldt voor de trillingstijd:
T = 2pÖ(m/C)
Hierin is m de massa van het blokje en C de veerconstante (uitge- drukt in Newton per meter).
Voert een slinger een eigentrilling uit, dan geldt voor de trillingstijd:
T = 2pÖ(l/g)
Hierin is l de lengte van de slinger en g de valversnelling.
Resonantie is het verschijnsel, dat een
voorwerp een gedwongen trilling uitvoert met een zo groot mogelijke amplitude.
Resonantie treedt op, als de frequentie van de gedwongen trilling gelijk is aan
de eigenfrequentie van het voorwerp (of een van de eigenfrequenties van het
voorwerp).
Voorwaarde voor eigenfrequenties bij een koord: de halve golflengte moet een
geheel aantal malen passen op de lengte van het koord.
Formule: n·½l = l
(met n = 1,2,3,…)
Ook geldt: l
= v·T = v/f
Zodat volgt: n·½·v/f = l -->
f = n·v/2l (met
n = 1,2,3,…)
Voor n = 1 krijg je de grondfrequentie, de kleinste eigenfrequentie.
Deeltjes die niet trillen, noemt men knopen;
Deeltjes die met maximale amplitude trillen, noemt men buiken.
De afstand tussen een knoop en de daarop volgende buik is ¼l.
Bij een dicht uiteinde ligt een knoop, bij open uiteinde een buik.
Bij een ingeklemd staafje geldt de formule:
(2n-1)·¼l
= l
(met n = 1,2,3,…)
Voor de eigenfrequentie geldt dan:
f = (2n-1)·v/4l
(met n = 1,2,3,…)
Bij een buis met twee open einden, geldt de
formule van het koord;
Bij een buis met een dicht einde en een open einde geldt de formule van het
ingeklemde staafje.
01-02-2006