| Zoutzuur bereiding | ![]() |
![]() |
Datum: februari 2003
Principe:
Een zoutzuuroplossing maken en de sterkte ervan bepalen.
Materiaal:
|
|
Uitvoering:
Zoutzuurbereiding
|
|
Titratie
|
|
Resultaten:
|
Bereiding: Weegcijfers: NaCl: 3.6 g NaHSO4.H2O = 3.5 g |
|
|
|
Titratie: Weegcijfers loog: 1 g NaOH/50 ml H2O Weegcijfer monster: 20.6 g Titratie ml loog: 7 ml |
||
Observaties bereiding:
|
Discussie en conclusie:
| De zoutzuur
bereidingsreactie:
NaCl + NaHSO4 --DT-->
Na2SO4 + HCl (g) |
De titratie
(neutralisatie) reactie: H3O+ + Na+ + OH- + Cl- --> Na+ + Cl- + H2O NaOH (sterke base) splitst in water volledig in ionen: NaOH --> Na+ + OH- HCl (sterk zuur) reageert kwantitatief met water: HCl + H2O --> H3O+ + Cl- Bij menging van de twee oplossingen krijgen we de neutralisatie reactie: H3O+ + OH- --> 2 H2O |
| De molmassa van NaOH = 40
g/mol 1 g NaOH per 50 ml = 1/40/50 *1000 = 0.5 mmol/ml Dus de sterkte van de loog oplossing: 0.5 M (mol/l) We hebben 20.6 g monster afgewogen. We hebben 7 ml loog nodig gehad om het omslagpunt te bereiken. in 20.6 g monster zitten dan: 7 * 0.5 = 3.5 mmol zuur. De molmassa van zoutzuur = 36.5 g/mol (mg/mmol) Dus in 20.2 6 vloeistof zitten 3.5 * 36.5 = 127 mg = 0.127 g zoutzuur De zoutzuurconcentratie is dus 0.127 g/20.6 g * 100 = 0.6 % |
Voor zoutzuur geldt: HCl + H2O <=> H3O+ + Cl- Berekenen we nu de pH van de oplossing. Waarbij we weten dat het evenwicht volledig naar rechts ligt: 0.6% = 6 g HCl/l = 6/36.5 mol/l = 0.16 M pH = - log [H3O+] = - log 0.16 = 0.8 |
|
Zuur-base titratie |
|
| Hetgeen we uitgevoerd hebben
is een zuur-base titratie waarbij we het zuur titreren met loog volgens de
neutralisatiereactie hierboven geschetst. We hebben voldoende informatie
om de titratiecurve af te leiden. We maken hier gebruik van de
omzettingsgraad l.
Onder de omzettingsgraad wordt verstaan de hoeveelheid reagens in mol
gedeeld door de te bepalen hoeveelheid stof, ook uitgedrukt in mol. We
hebben hier te maken met de titratie van een zeer sterk zuur (concentratie
c) dat getitreerd wordt met een zeer sterke base.
elektroneutraliteitsvergelijking: [Na+] + x = y + [Cl-] De [Cl-] is bij het begin van de titratie gelijk aan c, bij gelijkblijvend volume blijft deze concentratie gelijk gedurende de titratie. De [Na+] is gekoppeld aan de l volgens: [Na+]=cl Dus: cl
+ x = y + c hetgeen herschreven kan worden als: De startconcentratie van HCl: c = 0.16 M Met gebruik van excel kunnen we nu gemakkelijk een titratiecurve afleiden. |
![]() |
Opmerkingen:
De slierten zijn aanwijzingen voor dichtheidsverschillen in de oplossing, hetgeen aangeeft dat een stof opgenomen wordt in de oplossing die een grotere dichtheid heeft dan water (HCl). Doordat zones van verschillende dichtheid ontstaan wordt het licht verschillend afgebroken. Op basis van deze slierten is zelfs een analysemethode ontwikkelt.
Het gegeven dat het pH papiertje rood kleurt is een aanwijzing dat er zoutzuurgas gevormd wordt, doe dit experiment daarom in een goed geventileerde ruimte.
Fenolftaleine is een indicator die kleurloos is in zuur mileu, rood in alkalisch milieu en een omslag traject heeft dat loopt van pH=8.2-10.0.
Literatuur:
Relevante websites:
Achtergrondinformatie:
ZOUTZUUR
HCl. Geconcentreerde oplossing van HCl-gas in water. s.m. 1.19; 37 gewichts%, 12 n. Kleurloze vloeistof, ruw zoutzuur in geel gekleurd door sporen door sporen FeCl3, vormt aan vochtige lucht nevens, met ammoniakdamp geeft het een witte nevel van NH4Cl. Zoutzuur is een sterk zuur waardoor de meeste metalen worden aangetast.
Bereiding:
ZUUR-BASE-REACTIES
Lange tijd heeft men de door Arrhenius (1887) geformuleerde indeling van elektrolyten in zuren, basen en zouten gebruikt:
In de praktijk bleek deze definitie echter niet te voldoen. Voor een beter definitie van zuren, basen en zouten zorgde Brfnsted (1923), die de definities van zuren en basen baseerde op het volgende reactieschema:
zuur <=> base + proton (H+-ion)
Onder zuren worden stoffen verstaan die protonen kunnen afsplitsen en met basen stoffen die protonen kunnen opnemen. Een verzamelnaam voor zuren en basen is protolyten. Zouten zijn neutrale stoffen die zich in waterige oplossing in ionen splitsen, die zich al of niet als protolyten kunnen gedragen.
Kijken we nu naar zoutzuur: HCl --> H+ +
Cl-
Zoutzuur is een zuur, het kan protonen afstaan. Het chloride ion heeft
echter weinig neiging een proton op te nemen, heeft dus nagenoeg geen basische
eigenschappen.
Sommige stoffen kunnen zich zowel basisch als
zuur gedragen, de amfolyten:
HCO3- + H+ <=> H2CO3
HCO3- <=> H+ + CO32-
Op de theorie van Brfnsted
is een uitbreiding gekomen. De reactie hierboven geschetst kan nl in een
waterige oplossing niet plaatsvinden, er moet nl een base aanwezig zijn die het
proton kan opnemen. Daarom wordt een zuur-base reactie tegenwoordig opgevat als
een protonenoverdrachtsreactie, protolyse genaamd volgens: a1 + b2
<=> a2 + b1
Het begrip dissociatie wordt dus vervangen door protolyse (a = zuur, b = base).
Voor zoutzuur in water verloopt de protolyse volgens: HCl + H2O
<=> H3O+ + Cl- (waarbij het evenwicht
geheel rechts ligt). In dit geval functioneert water als een base aangezien het
een proton opneemt. Voor ammoniak in water geldt: HH3 + H20
<=> NH4+ + OH-. Het water functioneert nu
als zuur aangezien het een proton afstaat. Water kan zich dus als een
zuur en as een base gedrageb, het is een amfolyt die zichzelf kan protolyseren
volgens:2H2O <=> H3O+ + OH-.
Deze reactie noemt men de autoprotolyse van water en is er verantwoordelijk voor
dat zuiver water stroom kan geleiden. De autoprotolysereactie kunnen we
beschrijven volgens:
|
|
waarbij voor niet te geconcentreerde oplossingen geldt dat aH2O=1 hetgeen betekent: |
|
Voor deze evenwichtbeschrijvingen maakt me gebruik van log beschrijvingen.
|
|
|
|
dus |
|
Hetgeen we voor water hebben gedaan kunnen we ook voor zuren en basen doen:
| ZUREN | BASEN | |
|
a + H2O <=> b + H3O+ |
b + H2O <=> a + OH- |
Voor corresponderende zuren en basen geldt in water: |
|
|
|
|
Om nu pH berekeningen te kunnen maken zijn maar een paar vergelijkingen noodzakelijk:
Door deze vergelijkingen uit te schrijven krijgen we evenveel vergelijkingen als onbekenden.
De pH van verschillende oplossingen:

02-03-2003